Het Amsterdamse Debat Hoogbouw Deel III: de Sluisbuurt afgetikt

De vijf hoogste torens uit het Sluisbuurtplan mogen 125 meter worden: dezelfde hoogte als de Rembrandttoren, het hoogste gebouw in Amsterdam op dit moment. Dat is vijftien meter lager dan de oorspronkelijke 140 meter uit het plan. Door de verlaging wordt de zichtlijn vanuit het Unesco gebied niet meer geblokkeerd.

Omdat het vijf hoge torens bij elkaar zijn, betekent de Sluisbuurt een verandering van het hoogbouwbeleid: het gaat niet meer om een hoogbouwaccent, maar om een hoogbouwensemble, aan de beeldbepalende IJ oevers.

De grond wordt nu bouwrijp gemaakt; de bouw begint eind 2019.

De torens staan op een sokkel van middelhoogbouw. Hierdoor is vanaf de straat de hoogbouw minder opdringerig en is er geen windhinder (volgens de gemeentelijke ontwerpers). Een ondergronds afval transportsysteem (OAT) voorkomt de plaatsing van  137 ondergrondse vuilcontainers; vervuilende vuilniswagens hoeven de wijk niet meer in.

 

SLB04-1920x1080
Zeven architectenbureaus werden verdeeld over 14 deelgebieden van de Sluisbuurt. Ze hadden de opdracht gekregen studie te doen naar een nieuwe Amsterdamse typologie van blokken en torens. Het resultaat is deze maquette: compacte en gevarieerde blokken, met soms grondgebonden woningen, met terugliggende dunne torens. Bewoners worden uitnodigd tot het toeeigenen van de buitenruimte: door gebruik van de onbebouwde buitenste strook, van daken en van verdiepingen in de torens.

Lees meer

 

Het Amsterdamse Debat Hoogbouw, 2.

De stand van zaken na het Debat Hoogbouw II op 28 maart en voor het debat III op 12 september 

 

De discussie gaat vooralsnog vooral over twee plaatjes: die met de hoge torens van de gemeente en die met de lagere blokken van Soeters. Daaronder liggen belangrijke stedenbouwkundige vragen: hoe is het gebied gekoppeld aan de infrastructuur en hoe aan het openbaar vervoer? Voor welke voorzieningen is in de Sluisbuurt draagkracht en wat is een passende woningtypologie voor een moderne stadswijk?

Eerst de cultuurhistorie. De gemeentelijke diensten Economie en Ruimte (voorheen Dienst Ruimtelijke Ordening) en Monumenten en Archeologie hebben negatief geadviseerd over het gemeentelijke plan van de dienst Grond en Ontwikkeling. Een zogenaamde Hoogbouw Effect Rapportage (HER) laat zien dat zichtlijnen vanuit het UNESCO gebied worden geblokkeerd. Kunsthistorica Petra Brouwer liet weten het effect van de torens op Waterland te vrezen. Publicist Bas Kok waarschuwde voor ‘de verzwelging van de Oranjesluizen, Schellingwoude en Durgerdam.’ ‘Een eeuwenoude waarneming van tijd en ruimte in het Amsterdamse en Waterlandse landschap gaat kapot’, sprak iemand vanaf de tribune.

Dit proces is echter al veel langer aan de gang.

 

Brouwer stelde dat door de bouw van de Rembrandttoren in de Amstelscheg een precedent is geschapen voor het bebouwen van de groene scheggen van het plan van Van Eesteren uit 1934. Dit nog actuele vingermodel met groene scheggen tussen lobben  bebouwing staat door de huidige bouwdrift onder druk. Vanuit het centrum bereikt men op de fiets in twintig minuten een groene scheg. De landelijkheid op de kop van de Amstelscheg is echter inmiddels aangetast door de Rembrandttoren en omgeving en door de huidige bouw van het Amstelkwartier.

De Rembrandttoren staat in een zichtlijn van de grachtengordel naar de Amstelscheg. De grachtengordel had toen nog geen UNESCO-status, daarom kon de toren gebouwd worden. De Sluisbuurt ligt op de kop van de Diemerscheg en volgens  de HER ook in een zichtlijn van de grachtengordel naar de Diemerscheg. Het is daarom de vraag of de UNESCO akkoord gaat met het gemeentelijke plan.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑