Ruimtelijke kwaliteit volgens Pi de Bruijn

pidebruijn-2
Pi de Bruijn toont een tevreden bewoner voor zijn zelfbouwhuis in Roombeek, Enschede.

In zijn lezing op 22 september in de Academie van Bouwkunst behandelde Pi De Bruijn drie grote projecten waarbij hij nauw betrokken was /is: de Bijlmer, de wederopbouw van Roombeek in Enschede en de Zuidas. Meest boeiende was om te horen en te zien hoe deze architect en stedenbouwkundige een totale ommezwaai maakte: van werken vanuit een collectief-utopisch model – top-down gepland- naar een op  individuele wensen en op de markt gerichte werkwijze.

In de Bijlmer was iedereen gelijk. Er was geen woningkeuze, iedere woning was hetzelfde. Zijn idee om een kopse kant met ramen te maken werd afgekeurd want week af van de regel. Gebouwen stonden op pootjes want de grond was van iedereen. ‘I believed in making a paradise’ aldus De Bruijn.  Vele mensen wilden de Bijlmer niet. Toch bleef na de dood van het modernisme in 1975 de planning en programmering door ministeries gewoon doorgaan.

Van het wederopgebouwde Roombeek zou volgens de gemeente een helende werking moeten uitgaan. Verder kon De Bruijn ‘vrij’ van overheidsbemoeienis te werk gaan. In weerwil van sommige ambtenaren liet hij alles wat na de vuurwerkramp nog maar een beetje overeind stond restaureren.

Hij sprak met vele bewoners. De helft daarvan bouwt zijn huis zelf. Met supervisie in gradaties, soms niets, soms een beetje, afhankelijk van de plek. In de Museumlaan wees De Bruijn architecten van naam zelf aan. De arbeiderswijk Roombeek is nu een gemengde wijk met een cultuuras, een winkelas, scholen, ouderenvoorzieningen en parken.

Op de Zuidas verenigde De Bruijn twee aangrenzende Amsterdamse stadsdelen met elkaar: Plan Zuid van Berlage in het noorden met Buitenveldert van Van Eesteren in het zuiden. Deze twee fasen uit de stedenbouw vergelijkt De Bruijn zelfs met twee schilderijen uit de carrière van Mondriaan. Op de Zuidas is een raster zoals Buitenveldert opgevuld met gestapelde, onderling gevarieerde gesloten bouwblokken van Plan Zuid. Net als in Roombeek is bij die invulling veel vrijheid, hier van de big businesses.

Een wandeling Bijlmermeer Ganzenhoef boekt u bij Architectuur Tours Amsterdam

 

Stadionplein en Citroengarage in transformatie

De opening van de Open Monumentendagen 2015 Amsterdam op 18 september vond plaats in de Citroengarage bij het Stadionplein. Zowel het plein als het rijks monumentale garagegebouw van architect Jan Wils zijn onderdeel van een project van ontwikkelaar Peak. Het pop up restaurant van Hotel de Goudfazant en de Kunsthal die nu nog in de garage zitten zullen daarom in december 2015 het pand verlaten.

Ondergetekende was aanwezig bij de feestelijke opening van de ‘Kunst en Ambacht’ – editie van de Open Monumentendagen 2015 als gids voor het Waaggebouw op de Nieuwmarkt. Ik voel me helemaal thuis bij de Waag en de 15e eeuwse stadsmuur die het startpunt zijn van mijn wandeling door de Nieuwmarktbuurt.

citroen1
Betonskelet, glazen vliesgevel en hellingbaan van de Citroengarage.

Tijdens de rondleiding door de Citroengarage voorafgaand aan de opening bleek wat een gaaf voorbeeld van modernistisch bouwen dit gebouw uit 1962 is: het dragende betonskelet, omhuld door een glazen vlies, de hellingbaan en de autolift naar de dak parking, een sfeer van licht, ruimte en dynamiek.

citroen2
Het pop up restaurant van Hotel de Goudfazant in de Citroengarage in voorbereiding op de officiële opening van de Open Monumentendagen 2015  Kunst en Ambacht.

Ten zuiden van zijn garage uit 1962 ligt een ouder gebouw van Wils uit 1929 dat dienst deed als garage en kantoor. Samen flankeren deze twee gebouwen de entree van zijn Olympisch Stadion uit 1928 die ligt in de as van de Van Tuyll van Serooskerkenweg. Het tussenliggende Stadionplein, dat altijd een grote lege vlakte is geweest, wordt bebouwd, waarbij de genoemde as vernauwd maar wel intact blijft.

20150911_161204 (2)
Het zuidelijker gelegen garage- en kantoorgebouw van Wils uit 1929.
20150911_161422 (2)
Het uitzicht vanaf de dak parking op de bouwput op het Stadionplein en op de as Van Tuyll van Serooskerkenweg.

De herbestemming van de garage tot hedendaags voorzieningen-/bedrijfsgebouw is een zoektocht naar de juiste luchtcirculatie en klimaatbeheersing. De grote open ruimte zal in kleinere worden onderverdeeld en hoe ga je om met het omhulsel van enkel glas?

Ontwikkelaar Peak herontwikkelt meer monumenten, waaronder de Van Gendthallen. Bureau Monumenten Amsterdam is vaak partner in zulke processen om de monumentale waarden te beschermen. Kantoorgebouw Rivierstaete is een project van Peak waarvan de herontwikkeling een ingrijpend ander gevelbeeld oplevert. Het is dan ook geen monument, hoewel sommigen vinden dat het dat wel had moeten zijn.

Rondleiding door Van Eesterenmuseum resulteert in aanname SP-motie Aireystrook

Een rondleiding door het Van Eesterenmuseum in Nieuw West van de erfgoedverenigingen het Cuypersgenootschap en Heemschut en de stichting Pro West aan nieuwe Amsterdamse gemeenteraadsleden op 6 oktober heeft resultaat opgeleverd. Het SP raadslid Flentge diende de dag erna een motie in die op 6 november is aangenomen. Dit voorstel zet de deur open  naar het intrekken van het sloopbesluit voor de Aireystrook en het renoveren ervan door eigenaar Eigen Haard.

SP en Groen Links, nieuwe gemeenteraad van Amsterdam
Gemeenteraadsleden van Groen Links en de SP luisteren naar Alex Hendriksen (Cuypersgenootschap) in het Van Eesteren buitenmuseum. (foto: Erik Swierstra)

De Aireystrook staat in het Van Eesteren buitenmuseum dat beschermd stadsgezicht is. Het gebied, bestaande uit dertien stroken, is van grote cultuurhistorische waarde. Door de ligging aan de burgemeester De Vlugtlaan is de strook beeldbepalend voor het buitenmuseum. De verkaveling in rechte en schuine stroken is bijzonder. Evenals de montagebouw van de stroken in het Engelse Airey systeem: betonblokken in een skelet van staal en beton. Nieuwe bouwsystemen met betonelementen werden in de naoorlogse periode ingezet vanwege de materiaalschaarste en vanwege de hoge woningnood. De strook ademt een typische jaren vijftig sfeer die bedreigd wordt door de sloop-nieuwbouwplannen van Eigen Haard. Het onderhoud aan de woningen is door de corporatie opgeschort omdat ze toch gesloopt zouden gaan worden.

20141006_059
Een van de stoken met open groene ruimte uit de Aireystrook. (foto: Erik Swierstra)

 

Eigen Haard ziet in renovatie van de Aireystrook geen heil vanwege het achterstallig onderhoud en het niet meer voldoen van de woningen aan de eisen van deze tijd. De corporatie heeft nieuwe woningbouwplannen laten ontwikkelen. Deze passen in de bestaande footprint. Dat betekent dat de bestaande open verkavelingsstructuur, een belangrijk kenmerk van de naoorlogse stedenbouw, gehandhaafd blijft. Hiermee doet de corporatie, ondanks de sloop, toch recht aan de cultuurhistorie, vindt ze.  De commissie Welstand ziet echter geen geldige gronden om in het beschermd stadsgezicht te gaan slopen. Het Van Eesterenmuseum is niet voor niets beschermd stadsgezicht. Ook zit het overleg tussen de corporatie en de gemeente vast op het punt van de openbare ruimte, het groen om de stroken en de woonstraten tussen de stroken. Dit zijn wezenlijke elementen voor de moderne, naoorlogse stedenbouw. De vraag is wie de inrichtings- en onderhoudskosten hiervan gaat betalen.  In de aangenomen motie staat dat aan het verlenen van een sloopvergunning een deadline vast zit. Dat door de jarenlange stagnatie het onderhoud van de woningen achteruit is gelopen. En dat, als de situatie ongewis blijft, onderzocht moet worden hoe de sloopvergunning ingetrokken kan worden en Eigen Haard tot het opknappen van de woningen aangezet kan worden.

Verschillende rapporten wijzen uit dat zorgvuldige renovatie en aanpassing van de Aireystrook  aan de eisen van deze tijd (oa isoleren, verticaal of horizontaal samenvoegen van woningen) net zoveel kost als sloop – nieuwbouw. Daarmee zouden de cultuurhistorische waarde van de Aireystrook en het beschermd stadsgezicht bewaard blijven. Eigen Haard is een andere mening toegedaan. Het denkt door het bieden van populaire grondgebonden woningen voor hogere inkomens aan een vraag te voldoen.

Dat de Aireywoningen, gemeten naar de huidige algemene maatstaven, niet erg in het oog springen en daarom wel zouden kunnen verdwijnen, doet een te kort aan de cultuurhistorische context van destijds. Bouwen in dienst van de gemeenschap en de volkshuisvesting ging gepaard met een terughoudende vormgeving van de architect. In deze tijd lijken sommige architecten er juist alles voor over te hebben om maar op te vallen. Berghoef, de architect van de Aireywoningen, was een nauwgezet architect met een belangrijk oeuvre. Kijk je goed naar de Aireystrook, dan zie je in het geheel en in de details zijn vakmanschap. Waarderen van het onbekende gaat vaak pas na enige oefening.

 

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑