Het Amsterdamse Debat Hoogbouw, 2.

De stand van zaken na het Debat Hoogbouw II op 28 maart en voor het debat III op 12 september 

 

De discussie gaat vooralsnog vooral over twee plaatjes: die met de hoge torens van de gemeente en die met de lagere blokken van Soeters. Daaronder liggen belangrijke stedenbouwkundige vragen: hoe is het gebied gekoppeld aan de infrastructuur en hoe aan het openbaar vervoer? Voor welke voorzieningen is in de Sluisbuurt draagkracht en wat is een passende woningtypologie voor een moderne stadswijk?

Eerst de cultuurhistorie. De gemeentelijke diensten Economie en Ruimte (voorheen Dienst Ruimtelijke Ordening) en Monumenten en Archeologie hebben negatief geadviseerd over het gemeentelijke plan van de dienst Grond en Ontwikkeling. Een zogenaamde Hoogbouw Effect Rapportage (HER) laat zien dat zichtlijnen vanuit het UNESCO gebied worden geblokkeerd. Kunsthistorica Petra Brouwer liet weten het effect van de torens op Waterland te vrezen. Publicist Bas Kok waarschuwde voor ‘de verzwelging van de Oranjesluizen, Schellingwoude en Durgerdam.’ ‘Een eeuwenoude waarneming van tijd en ruimte in het Amsterdamse en Waterlandse landschap gaat kapot’, sprak iemand vanaf de tribune.

Dit proces is echter al veel langer aan de gang.

 

Brouwer stelde dat door de bouw van de Rembrandttoren in de Amstelscheg een precedent is geschapen voor het bebouwen van de groene scheggen van het plan van Van Eesteren uit 1934. Dit nog actuele vingermodel met groene scheggen tussen lobben  bebouwing staat door de huidige bouwdrift onder druk. Vanuit het centrum bereikt men op de fiets in twintig minuten een groene scheg. De landelijkheid op de kop van de Amstelscheg is echter inmiddels aangetast door de Rembrandttoren en omgeving en door de huidige bouw van het Amstelkwartier.

De Rembrandttoren staat in een zichtlijn van de grachtengordel naar de Amstelscheg. De grachtengordel had toen nog geen UNESCO-status, daarom kon de toren gebouwd worden. De Sluisbuurt ligt op de kop van de Diemerscheg en volgens  de HER ook in een zichtlijn van de grachtengordel naar de Diemerscheg. Het is daarom de vraag of de UNESCO akkoord gaat met het gemeentelijke plan.

ING België komt thuis op het IJ

Op donderdag 3 december 2015 stappen 25 bankiers van ING Private Banking België bij mij aan boord. Ze zijn twee dagen in de hoofdstad om ING Nederland en Amsterdam beter te leren kennen. Event marketingbureau Dechesne en Boertje heeft een programma samengesteld. Ik sta met een bordje de Belgen op te wachten bij restaurant Fifteen van Jamie Oliver. Naast mij staan Rob van Hulst met een wallen tour en een rondleider van het Rijksmuseum.

Vanaf de steiger bij het Muziekgebouw aan het IJ vertrekt de Architectuur Speeddate op het IJ. Als de 800 sociale woningen op het IJ-plein aan de beurt zijn, klinken instemmende geluiden bij mijn conclusie dat zo’n sociaal project in deze tijd ondenkbaar is. In het Oosterdok wordt gevraagd naar de vierkante meter prijs van de appartementencomplexen. En bij het Victoria Hotel gaat het verfilmde verhaal van Publieke Werken erin als zoete koek: de strijd van de vioolbouwer Vedder en zijn buurman tegen de ontwikkelaar Henkenhaf.

Bij het voorbijgaan van Eye applaudisseren mijn passagiers op mijn uitnodiging voor zichzelf. Ymere en ING betaalden de bouwkosten van 38 miljoen euro nog voor de crisis in 2008 uitbrak.  Eye is het icoon van Amsterdam geworden, ING heeft vooruitgedacht.

De Belgen blijken danig onder de indruk van de metamorfose en aantrekkelijkheid van de IJ-oevers. Een deelnemer wijst mij nog op de gelijkenis met Brugge. Brugge ligt net als Amsterdam een stukje landinwaarts en had net als Amsterdam te kampen met verzanding en onbereikbaarheid. Bij Brugge is aan de kust de nieuwe haven Zeebrugge aangelegd, in Amsterdam is na de opening van het Noordzeekanaal de haven gaandeweg naar het westen verschoven.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑